Deelvraag 2: Assimileren de Chinezen met de culturen in andere landen in Zuidoost-Azië of behouden ze hun eigen culturele identiteit?
De Chinezen zijn verspreid over veel landen in Zuidoost-Azië en daardoor ook de Chinese cultuur en economie. China heeft te maken gehad met twee grote migratiegolven. De eerste vond plaats in de 15e eeuw, veel chinezen trokken naar landen dicht bij het moederlands zoals Maleisië en het grondgebied van Singapore. Deze migranten vervulde hier vooral een rol als handelaar en kooplui. De tweede grote migratiegolf vond plaatst in de tweede helft van de 19e eeuw, deze migratiegolf ontstond door hongersnood, werkloosheid en politieke onrust. Zo een twee miljoen chinezen trokken weg uit het moederland. De chinezen vervulden in vergelijking tot de eerste migratie golf een lagere functie in de maatschappij zoals bijvoorbeeld: werk op plantages, mijnbouw en de aanleg van spoorwegen. Dit verklaart ook waarom de economische invloed van China in veel landen in Zuidoost-Azië zo groot is. Omdat de Chinezen een economisch sterke positie vervulde maar wel een minderheid van de bevolking vormde in het des te betreffende land, heeft dit geleid tot discriminatie van de chinezen minderheid. Deze discriminatie kwam niet alleen uit de richting van de bevolking, maar in economisch slechte tijden deed de overheid net zo hard mee.
De acceptatie van culturele verschillen, economische macht en de houding van de overheid tegenover de Chinese minderheid verschilt in Zuidoost-Azië van land tot land. Met als gevolg dat de Chinezen in sommige landen wel assimileren en in sommige landen niet.
- Thailand
Van de Chinese bevolking die is geïmmigreerd naar Thailand, zijn velen ook daadwerkelijk Thai geworden en hebben Thaise namen aangenomen. Echter was de assimilatie niet vrijwillig maar onder dwang van de Thaise overheid. Zo hebben ze bijvoorbeeld speciale Chinese onderwijsinstellingen verboden. De Chinese bevolking heeft deze assimilatie ook zelf willen doorvoeren maar met economisch voordeel in het achterhoofd, zoals een goede omgang met officiële Thaise instanties. Zo kunnen we dus concluderen dat er in Thailand wel degelijk assimilatie van chinezen heeft plaatsgevonden.
- Indonesië
De chinezen vormen de grootste minderheidsgroep van Indonesië en worden in Indonesië daardoor dus ook politiek onderdrukt. Wel hebben de Chinezen in Indonesië een economische sterke positie wat jaloezie van de Indonesische bevolking. Door de politieke onderdrukking de jaloezie en discriminatie van de Indonesische bevolking ontstaat er wrijving tussen twee culturen waardoor assimilatie moeilijk plaatsvind.
- Cambodja
Ten tijden van de rode khmer in werden de Chinezen in Cambodja tijdelijk weggevaagd en gediscrimineerd. Dit heeft geleid tot een sterke afnamen van de Chinese bevolking in Cambodja. Ook na de val van de Rode Khmer in 1979 zette deze discriminatie nog een tijdje voort. Pas in 1993 kwam daar verandering in, zo kregen de Chinezen hun vrijheden terug en herwonnen hun economische positie. Tegenwoordig kun je zeggen dat de bevolkingsgroepen goed met elkaar samenwerken. Zo komen bijvoorbeeld Cambodjanen in Chinees ziekenhuis in Cambodja en gaan veel Cambodjaanse kinderen naar Chinese scholen. Hieruit kun je dus concluderen dat er geen assimilatie maar ook geen segregatie heeft plaatsgevonden. De twee bevolkingsgroepen leven vredig naast elkaar.